Two-hand-setup
: Voor wie met een floater
nog niet heel veel spin kan creëren, kan met een grip
met beide handen langs weerskanten veel spin genereren en
de frisbee op dezelfde hoogte houden.
Voor o.a. het inoefenen van nail-delays
kan dit erg handig zijn.
Butterfly :
De butterfly is een worp waarbij de frisbee rond
de eigen breedte-as draait.
Alhoewel het een erg moeilijke worp is om te vangen door
de hond, zie je deze worp toch erg frequent opduiken in
DF-routines.
Klik
op de player om een voorbeeld te zien .
Pancake : Bij de pancake hou je je volledige
hand tegen de onderkant van de frisbee met de vingers wijd
open.
De pancake wordt nogal gecombineerd met het achter de rug
werpen.
Swing :
De bedoeling van een swing is dat je de frisbee laat draaien
op je vinger en je van daaruit de frisbee wegwerpt.
Catapult : Er zijn verschillende manieren
waarop je een frisbee kan catapulteren.
Eén mogelijkheid is om de frisbee vast te zetten
tussen je duim en wijsvinger en met de andere hand de catapult
aan te trekken.
Maar hiervoor zijn er honderd-en-één mogelijkheden.
Naast deze diverse worpen ingedeeld volgens grip, kan je
deze worpen nog verder variëren door bijvoorbeeld achter
je rug, onder je benen of cross-body te werpen.
Probeer er naar toe te streven om in je uiteindelijke routine
geen twee dezelfde worpen uit te voeren.
Het vraagt wat denkwerk, maar het is perfect mogelijk.
Cruciaal in je werptechniek ten slotte is de hoek waarin
je de frisbee houdt bij het loslaten, de “angle
of release”.
Hiermee experimenteer je best zelf, maar hou er van meet
af aan rekening mee dat deze loslaathoek van het grootste
belang is.
Eerste regel om een vlakke, horizontale worp uit te voeren
is trouwens dat je de frisbee bij het loslaten niet vlak
houdt, maar dat je ze een 20° schijn houdt.
Daarmee bedoelen we dat het verste punt op de frisbee t.o.v.
je hand lager moet zitten dan het punt waar je de frisbee
vast hebt. Experimenteer zelf maar en je zult ondervinden
dat je hiermee veel vorderingen zelf kunt bewerkstelligen.