Erg
typisch voor Dogfrisbee zijn de vaults, sprongen waarbij
de hond het lichaam van de geleider gebruikt als springplank.
Zeer spectaculair, maar ook bijzonder gevaarlijk en belastend
voor de hond.
Vaults met zwaardere honden zijn sowieso uit den
boze, en voor alle andere honden geldt de regel van zeer
systematische opbouw.
In de eerste plaats dient de hond te leren dat hij je lichaam
mag gebruiken om op te staan, wat voor vele honden tegennatuurlijk
is. Daarna leer je de vaults stilaan aan, waarbij je de
hond in het begin de frisbee uit de hand laat nemen.
Eens dit goed gaat kan je overschakelen op een floater.
Kneevault : In zittende positie kan deze
vault vrij makkelijk aangeleerd worden.
Aanvankelijk zet je één knie waarop de hond
kan afstoten en hou je een frisbee vast op een hoogte dat
de hond er net niet aankan zonder eerst op de knie af te
stoten.
Vervolgens ga je een floater werpen op het moment de hond
afstoot. Eens dit goed onder de knie (of was het nu over
de knie ?) hebt, kan je dit verder opbouwen met recht te
gaan staan en de spronghoogte stilaan op te drijven.
Klik
op de player om een voorbeeld te zien .
Chestvault : Op een gelijkaardige manier
kan je de hond leren om via je borst de frisbee te vangen.
Begin ook hier eerst vanuit een zittende positie.
Backvault : In de eerste plaats leer je
de hond om op je rug te springen.
Eventueel begin je hier zonder frisbee, maar dan met clicker.
Eens de hond op je rug springt op commando, zet je de frisbee
er terug bij.
Let wel dat een backvault impliceert dat de hond met aanloop
in één sprong op je rug springt.