| |
Begin
nooit met frisbees te smijten vooraleer je zelf en je hond
opgewarmd hebt.
Zelf kan je zonder opwarming verrassend snel een spier verrekken,
enkel maar door te werpen.
Je hond zal onmiddellijk in overdrive naar de frisbee gaan,
dus zorg eerst voor lichte opwarming waardoor ook zijn spieren
warm zijn voor te beginnen.
Een goede opwarming kan bestaan uit een stukje stappen of
draven, het inoefenen van enkele trucjes (bijvoorbeeld een
achtje door je benen), en om te beginnen een paar rollertjes.
Ook na het frisbeeën is het uit den boze om je hond
onmiddellijk in een bench te zetten.
Geef hem de kans om eerst rustig uit te stappen zodat het
melkzuur uit de spieren kan afvloeien en de hond kan afkoelen.
Aangezien er twee verschillende groepen van disciplines
zijn, moet je je ook tijdens de training bewust zijn waarvoor
je traint.
Wil je trainen voor afstandsworpen (Mini Distance of Toss
& Fetch), dan is het kwestie om met één
frisbee te werpen en deze te laten terugbrengen.
Train je voor Freestyle is het belangrijk om steeds met
meerdere schijven te werken en nooit die frisbee te werpen
die terug gebracht werd.
In één trainingseenheid zou je kunnen beginnen
met enkele distance-worpen alvorens je start met je freestyle,
of kan je na het oefenen van de freestyle nog afsluiten
met een rondje minidistance.
Nochtans adviseren we vooral om de volgorde at random te
wijzigen, en misschien zelfs eerder tijdens één
training OF freestyle OF distance te trainen.
Zeker voor de Freestyle is het belangrijk dat je hond fris
is omdat dit veruit het moeilijkste en meest belastende
onderdeel is.
|
|